Vanavond Geen Vondel 5

Afgelopen dinsdag was ik bij de vijfde editie van Vanavond Geen Vondel, de poëzie-avond die elk jaar een aantal keer georganiseerd wordt door A.S.V. Karpe Noktem in Café Weerlicht in Nijmegen. Ik droeg zelf niet voor, maar mijn vriendin wel (voor het eerst op een podium, en het ging supergoed), net zoals Omo Blau, de huisdichter van Weerlicht, en nog drie anderen.

Over die drie anderen gaat, in meer of mindere mate, dit gedicht. Het is de bedoeling dat je het voorleest met een Lage Dreunende Stem, zodat het allemaal heel Melancholisch en Indrukwekkend klinkt.

Dinsdag
We zaten bedeesd in een rokerige ruimte
Aan de muur hing een oranje doek
of het was rood, ik weet niet, ik ben kleurenblind in dat spectrum
en de monitoren stonden op bierkratjes
De lamp recht voor het podium veranderde van kleur
iedere keer dat mens op het podium iets te dicht bij
de microfoon stond en een harde klank sprak
Een kerel in het publiek zei: “Wat een kutzooi”
maar hij kwam niet boven het monotone gebrom uit
van iets wat voor observante manie-depressie door moest gaan
Buiten stopte een bus, en reed daarna gewoon door

(Dit moet overigens allemaal met een korrel zout genomen worden. Inhoudelijk vond ik de dichters hier en daar echt heel sterk, veel sterker dan menig gedicht wat ik schrijf. Maar deze manier van voordragen, en de nietszeggende ‘chutes’ op het laatst, strijken mij echt tegen de haren in.)