Weerwolven

Ze vroeg: “Wil je weerwolven?”
En ik vroeg: “Met jou,
wild, beestachtig,
door een donker bos rennen,
krachtig, ongetemd,
met brandende spieren
bij volle maan,
hijgend, snuivend,
nooit zeker wetend wie wie opjaagt?

“Onder het knallende licht
van een stroboscoop,
flits na flits,
steeds dichterbij,
gouden ogen vol lust,
tanden klaar om te bijten,
vingers klaar om te worstelen,
uitvinden wie van ons de alpha is?

“In mijn slaapkamer,
jouw kleren uittrekken,
terwijl jij mijn hemd openscheurt,
duwend, trekkend, stotend,
overal een dunne laag zweet,
de soepele lijn van jouw taille,
ruw, primitief,
oerkunst maken?

“Ja,” zei ik. “met jou wil ik wel weerwolven.”