Jaarbreuk (7/14)

Van 23 december 2019 t/m 5 januari 2020 schrijf ik elke dag één gedicht om het breken van het jaar te vieren.

We bereiden ons voor op een roedel hongerige wolven
Wapenen ons voor een nacht luid gehuil naar de maan
Willen de restjes bewaren voor wanneer het echt nodig is
We weigeren vooralsnog halsstarrig om weg te gaan

Binnen deze muren wanen wij ons veilig
Brengen ons betere tijden zonder te vragen
Beschutten en beheren, beklagen ons niet

Er staat genoeg op tafel
En meer staat in de kast

Het kan beginnen

Jaarbreuk (6/14)

Van 23 december 2019 t/m 5 januari 2020 schrijf ik elke dag één gedicht om het breken van het jaar te vieren.

Dertig dagen donker
Negen nachten niets
Twaalf telgen ten onder
In iedere ingang iets

Het zwerven komt tezamen
Het dwalen begint opnieuw
Bomen branden beneden de bergen
Ruimte regeert het randland ruw

Jaarbreuk (5/14)

Van 23 december 2019 t/m 5 januari 2020 schrijf ik elke dag één gedicht om het breken van het jaar te vieren.

Het is geen werkelijk verlangen
Noch een verloren hoop

Daaraan kan niemand zich verhangen
Niet het antwoord, niet de knoop

Miskend en zonder belangen
Ontzegt ons aller doop

Een geweigerd bod gevangen
De ontkenning van traag verloop

Nooit meer omgeven door slangen
Het moment was nimmer te koop

Brengt ons nergens, niks vervangen
Zwijg, zwijg, verboden cycloop

Jaarbreuk (4/14)

Van 23 december 2019 t/m 5 januari 2020 schrijf ik elke dag één gedicht om het breken van het jaar te vieren.

We zoeken verkoeling in oases van bewaarde vrede
Legen de zakjes met duiten
impregneren de brug

We negeren oude wonden
laten het zout in de kast staan
Alles om te kunnen zeggen: “Het kan er weer even tegen”

In een wereld waar alles kapot kan
investeren we graag in lijm